Dit nieuwe project start eind 2023 met een soort ontwerpverantwoording voor versie 2 van de SaBuRES op basis van versie 1. Daarna volgt het ontwerp stap voor stap met de afwegingen. Ik heb geen haast met dit project, maar een 6 jarenplan zoals met versie 1 gaat het ook niet worden.
Versie 1 en versie 2
Oktober 2023 Eerst even terug naar SaBuRES versie 1. Het ontwerp van versie 1 stamt uit 2017. RES of tegenwoordig F3L genoemd stond toen nog in de kinderschoenen. De bouwdozen die destijds beschikbaar waren voldeden niet aan mijn eisen en daarop volgde een eigen ontwerp. We zijn 6 jaar verder en anno 2023 zijn er zeker wel goede bouwdozen op de markt verkrijgbaar. Maar de lol voor mij is het zelf ontwerpen van een F3L model. Met name het verbeteren van mijn vorige versie. In versie 2 van de SaBuRES ga ik toch weer een paar dingetjes anders doen dan waar de huidige bouwdozen in voorzien.
Met SaBuRES versie 1 heb ik 28 juli 2023 pas de eerste starts kunnen maken. Er kwam van alles tussendoor wat zorgde voor vertraging. Wat vooral zorgde voor vertraging was de ingewikkelde bouwwijze van versie 1. Tijdens de bouw begon zich bij mij al een beeld te vormen wat wel en niet voor herhaling vatbaar is. Tijdens het vliegen werd het lijstje met verbeterpunten nog langer. Niet dat versie 1 slecht is, integendeel. Het is een goed model dat ik graag vlieg. Het enige nadeel van versie 1 is de relatief hoge vleugelbelasting. Hierdoor is het geen “floater”, hetgeen wel noodzakelijk is met lichte weersomstandigheden. Vanaf windkracht 2 is versie 1 een uitstekend model. Tot windkracht 2 net te zwaar, zeker als je op lagere hoogte thermiek wil benutten. De diameter van thermiek is op lage hoogte kleiner en de draagkracht minder. Je moet lekker aan het hoogteroer kunnen trekken en het model "ophangen" tegen de overtreksnelheid aan en dat kan met versie 1 niet.
Versie 2 Om maar met de oplossing van het grootste nadeel van versie 1 te beginnen: Het vleugeloppervlak moet groter en het gewicht moet omlaag voor versie 2. Zo wordt op 2 manieren de vleugelbelasting lager. Ik geloof niet in ballast bij F3L modellen. Als het harder waait heb je voor de start een steviger model nodig, en een steviger model is zwaarder. M.a.w. voor lichte omstandigheden heb je een "floater" nodig en voor meer wind heb je een model nodig dat niet kapot gaat tijdens de start en bij voorkeur ook nog een beetje door kan vliegen. Je zou verschil moeten maken met het vleugelprofiel, maar dat doe ik niet met versie 2. Ik blijf net als versie 1 bij de AG-serie van Mark Drela. Deze serie komt op mij vrij allround over.
Dezelfde bouwplank Wat mij betreft behoeft het vooraanzicht van de vleugel met zijn vijfvoudig geknikte vleugel en lengte van de vleugeldelen geen verbetering. Ik kan dus de geknikte bouwplank van versie 1 gebruiken, al is de vleugel prima te bouwen zonder een speciale bouwplank. Wat wel een verbetering zal opleveren is een iets grotere tipkoorde waardoor de vleugel minder snel zal wegkiepen. De “Spock oortjes” als tippen bevallen al jaren erg goed.
Deelbare vleugel De vleugel van versie 1 bestaat uit één deel. De gedachte in 2017 was dat dit gewichtsbesparing op zou leveren. Mede door de toepassing van slechts één stoorklepservo. Ik denk nog steeds dat gewichtsbesparing mogelijk is met een ééndelige vleugel, maar dan moet je de hoofdligger niet te sterk maken zoals ik dat wel gedaan heb. Puur ontstaan vanwege gebrek aan referentie. Te sterk is te zwaar en dan is er geen winst meer met een ééndelige vleugel. Versie 2 krijgt een tweedelige vleugel. De enige reden daarvoor is dat ik één ronde 4 mm verenstalen vleugelpen wil toepassen. Deze verenstalen pen buigt door bij een te hoge belasting. Ik zie dat als een ingebouwde veiligheid die de hoofdligger ontlast. Werkt bij mijn Pronto, Amigo II en Spirit ook erg goed. En dan noem ik nog niet eens alle modellen die ik in het verleden heb gebouwd. Een stalen buigende vleugelpen heeft als voordeel dat de hoofdligger lichter gebouwd kan worden. Geen koolstof ligger meer zoals in versie 1, maar “gewoon” vurenhout.
D-box Andere belangrijke verbeterpuntjes voor de vleugel zijn de indekking en de capstrips die bij versie 1 helemaal ontbreken. Met name de indekking boven en onder de vleugel van neuslijst tot hoofdligger maken de vleugel meer torsiestijf wat flutter tegengaat. Versie 1 heeft last van flutter bij hogere snelheid. Daarnaast is indekking aerodynamisch beter.
Stoorkleppen Nog een puntje: De stoorklepjes hadden op de eerste plaats wat mij betreft helemaal niet toegepast hoeven worden. Rudder Elevator zonder Spoiler. Ik heb nog nooit behoefte gehad aan stoorkleppen in modellen die ik gevlogen heb. Flaps en ailerons is een ander verhaal. Een verhaal dat mij inspireert om de stoorkleppen eens aan de onderzijde van de vleugel te bouwen. Als je dan toch stoorkleppen moet inbouwen volgens het reglement wil ik dat zodanig doen dat ze voor mij wel toegevoegde waarde hebben. Ik hoop door de stoorkleppen aan de onderzijde te plaatsen een flap-achtige werking te krijgen: Langzamer vliegen, want dat is bij een doellanding wel handig. Zie het als snelheid regelen.
Ik was er altijd van overtuigd dat stoorkleppen niet pal vóór het stabilo in vliegrichting gezien gepositioneerd moeten worden om zo geen last van verstoorde lucht bij het stabilo te hebben. Het nadeel van stoorkleppen iets verder bij de romp vandaan heb ik ook ontdekt bij versie 1, namelijk dat het model lastiger om de topas draait (met richtingroer). Het model gaat dan bij het aanvliegen tijdens de landing waggelen. Niet gek dus om één grote centrale stoorklep toe te passen zoals bij sommige modellen, maar dan ben je altijd gebonden aan een vlak middendeel hetgeen weer minder prettig cirkelt. Is mijn mening.
De stoorkleppen in versie 2 positioneer ik daarom vlak bij de romp aan beide zijden. Wel met 2 servo’s helaas. Als ik fanatiek wedstrijden zou vliegen zou ik volstaan met één klein ieniemienie stoorklepje uit de romp. Dan voldoe je aan het reglement en heb je voordeel van één lichte servo en een strakke vleugel zonder oneffenheden.
Voordeel van stoorkleppen is er ook wel. Soms is het fijn om in heftige thermiek te kunnen dalen. En zelfs aan te kunnen duiken zonder snelheid op te pikken. Versie 2 krijgt flinke stoorkleppen in koorde gezien. Dat kan omdat de onderkant van de vleugel vlak is. De stoorkleppen moeten reglementair eindigen 50 mm vóór de achterlijst. Het nadeel van brede stoorkleppen onder de vleugel is dat je tijdens een landing op moet passen dat je er niet op landt. Maar dat ben ik al 25 jaar gewend met F3J en F3B modellen. Snel neutraal stellen vlak boven de grond is de oplossing. Ik merk zelfs dat ik de stoorklepjes van versie 1 snel “dichtgooi” vlak boven de grond als gewoonte. Net als in versie 1 overweeg ik om het scharnier van de klepjes van Abreissgewebe te maken. Dat bevalt goed vanwege de stabiliteit.
Vleugelhelften tegen de romp De vleugel zou ik het liefst weer op de romp op een pylon monteren, maar een buigende tweedelige vleugel en 2 of 4 boutjes die de vleugel op de romp moeten houden zie ik niet voor me. De vleugelhelften komen daarom tegen de romp. Net als bij de Pronto. De Pronto weegt overigens 350 gram en is slechts 50 cm kleiner in spanwijdte. Uiteraard ontbreken 2 stoorkleppen met servo’s, maar daar staat dan weer een relatief zware balsa staartboom tegenover. Waar ik mee wil zeggen dat uitkomen op maximaal 450 gram mogelijk zou moeten zijn voor versie 2 van de SaBuRES.
Vleugelprofiel De ribben voor de vleugel zullen weer de vorm van een AG-profiel krijgen. Ik zal dat niet laten frezen, maar zelf schaven en schuren. Een verloop van AG35 bij de romp. Via AG36 en AG37 naar AG38 bij de tippen.
Romp De romp van versie 1 is absoluut mooi. Een mooie ronde / ovale vorm uit een achthoek geschuurd. Maar zelfs met een bouwmal zoals ik die toegepast heb bij versie 1 is het een lastige en tijdrovende bouwwijze. Helemaal omdat er ook nnog een banaanactige vorm in zit. Waar ik in versie 2 naar toe ga is nog wel een ovaal-achtige romp, maar met langere vlakke zijkanten. Versie 1 heeft een 0,8 mm triplex gelijmd met daarover 2,5 mm balsa rompwand om rond te kunnen schuren. Versie 2 krijgt alleen een 2x 1,5 mm (nerf 1x haaks en 1x lengterichting) balsa rompwand. In versie 1 verschaft één klein luikje toegang tot telemetrie en de laadkabel. Dat is onpraktisch gebleken. Ik wil in versie 2 de ontvangeraccu ook eenvoudig kunnen wisselen bijvoorbeeld. De staartboom wordt gelijk aan versie 1. Daar heb ik er namelijk nog een paar van liggen en die voldoen goed.
Stabilo en kielvlak Stabilo en kielvlak maak ik niet meer van vlak 4 mm balsa, maar worden geprofileerd met een symmetrisch profiel van NACA. De vorm van het kielvlak en richtingroer van versie 1 bevallen mij en zal ik ongeveer overnemen. Het stabilo maak ik iets kleiner en de koorde voor het hoogteroer iets groter.
Belangrijkste aanpassing voor de staart is de bevestiging van kielvlak en stabilo op de staartboom. Die is bij versie 1 te zwaar geworden. 1 gram in de staart betekent 3 gram in de neus. Dus 1 gram in de staart besparen levert een winst van 4 gram vlieggewicht op. Ik zal daarom uit moeten zoeken hoe ik de 2 roertjes zo licht mogelijk aan kan sturen. Ik ben geen fan van gitaarsnaar en torsieveertjes, want dan staat de servo continu onder spanning. Het is wel de lichtste oplossing. Het gaan koolstof stootstangen van 1,2 mm worden.
Starthaak De starthaak wilde ik het liefst traploos instelbaar maken, maar daar is de ruimte niet voor. In versie 1 heb ik om de 5 mm een gaatje geboord waarin M3 is getapt. Dit blokje kon ik stabiel verlijmen in de romp, maar is achteraf te lomp gekozen. Het is een relatief groot en zwaar blokje vuren om schroefdraad in te tappen. In versie 2 een kleiner blokje. Door versie 1 weet ik nu waar de haak ongeveer moet komen. Dat is 7 graden voor het zwaartepunt.
Alles bij elkaar mooie uitgangspunten als basis voor een bouwtekening van de SaBuRES-V2, samen met het reglement (2025 vanaf blz. 51) natuurlijk.
Het slechte weer komt er aan, dus de avonden kunnen nuttig besteed worden.
Ontwerp versie 2
Begin november 2023 Al weken regen en wind. Mijn vloot heeft al het onderhoud gekregen dat het nodig had en is klaar voor de laatste mooie herfstdagen van 2023. Tenminste, ik hoop dat die nog gaan komen, maar daar ziet het nu even niet naar uit. Het eerste weekend van november houdt het niet op met regenen en is dus een goed moment om eens een start te maken met de tekening van versie 2 van de SaBuRES.
De vleugel Het geprojecteerde vleugeloppervlak van versie 1 is 31 vierkante decimeter. Dat moet in versie 2 groter worden. Ik dacht in eerste instantie aan een koordevergroting over de hele spanwijdte van 20 mm en bij de tippen iets meer. 2000 mm x 20 mm = 4 vierkante decimeter winst. Dan kom ik uit op een vleugeloppervlak van 35 vierkante decimeter. Met een gewicht van 450 gram leidt dat tot een vleugelbelasting van ca, 13 gram / vierkante decimeter. Bij versie 1 is dit 16 gram / vierkante decimeter. Dit klinkt als een klein verschil, maar zal met het vliegen goed merkbaar zijn. 3 gram per vierkante decimeter met een oppervlak van 35 vierkante decimeter komt neer op 105 gram vliegklaarverschil met een model van 450 gram. Ongeveer 25% dus.
In tweede instantie lijkt het me beter om de koorde met nog eens 10 mm te vergroten. In totaal dus 30 mm. De wortelkoorde wordt dan 210 mm. Ter vergelijking: de wortelkoorde van de 2 meter Great Planes Spirit (zie blz. 40 voor een goed beeld) is 230 mm. De Spirit vind ik zelf een geweldig model. Zelfs met een vlieggewicht van ca. 1000 gram valt dit model omhoog in lichte thermiek. 1000 gram maakt het model wel wat log en is daarom voor thermiek laag boven de grond minder geschikt.
De koorde van versie 2 vergroot met 30 mm ten opzichte van versie 1 leidt tot een vleugeloppervlak van 37,2 vierkante decimeter. Uitgaande van een vlieggewicht van 450 gram geeft dit een vleugelbelasting van 12,1 gram per vierkante decimeter. Tot 2025 schreef het reglement voor dat de minimale vleugelbelasting 12 gram per vierkante decimeter moest zijn. Dat is vanaf 2025 losgelaten als ik modelvliegers op het Duitse modelbouwforum mag geloven. Ik kan dat zelf niet terugvinden, maar dat is waarschijnlijk mijn onhandigheid. Maar mocht versie 2 per ongeluk lichter worden dan 450 gram hoef ik geen ballast toe te voegen.
In de afbeelding hieronder de eerste lijntjes. De groene lijn is de contour van versie 1. In wit de nieuwe contour voor versie 2. Helemaal rechts 3 verticale lijnen. De rode is het hart van de romp. De romp wil ik 25 mm breed maken. Zou best smaller kunnen,maar ik wil geen gedoe met servohevels die niet passen enz.
Ik heb er wederom voor gekozen de AG profielenserie van Mark Drela toe te passen. Bij deze profielen ligt het dikste punt van AG35 (wortelrib) op 28% en AG38 (tiprib) op 26% van de voorzijde / neus van de vleugel. In tegenstelling tot versie 1 wil ik de hoofdligger nu wel op het dikste punt hebben. Het dikste punt is constructief niet alleen de gunstigste plek, maar ook het handigst voor een 5 mm vlak stukje hoofdligger.
In versie 1 heb ik de hoofdligger wel verder naar achter verplaatst, namelijk op 35%, maar dat vereiste bewerking van de hoofdligger. Zie hieronder de vleugel van versie 1.
In de doorsnede van versie 1 hierboven is te zien dat de bovenste laag van de hoofdligger geen rechthoek is, maar dat de bovenzijde wat schuin afloopt. Deze afschuining heb ik in versie 1 in het koolstof geschuurd. In versie 2 wil ik de hoofdligger volledig van hout maken en onbewerkt laten.
Verder met versie 2. Als eerste heb ik een indeling voor de ribben gemaakt. Ca. 4 cm afstand met capstrips moet volstaan. De stoorklep ontbreekt nog in de tekening hieronder. De vleugel krijgt een D-box. Dat wil zeggen volledig balsa indekking van de neuslijst tot de hoofdligger. Zowel aan de boven- als aan de onderkant. Normaal gebruik ik hier 1,5 mm dik licht balsa voor, maar omdat de moderne profielen zo dun zijn stap ik over naar een dikte van 1 mm om nog een beetje rib over te houden. Dit is sterk genoeg en ook lichter dan 1,5 mm.
Tussen de hoofdligger en de achterlijst komen "capstrips". Dat zijn strookjes balsa boven en onder de ribben. Deze capstrips hebben 2 voordelen. Als eerste is het aerodynamisch beter dan alleen een rib met een dikte van 1,5 mm. Ten tweede kun je een capstrip boven en onder een rib zien als een ligger. Je creëert namelijk een I-profiel. Dat is in geval van deze versie 2 een aanrader, omdat de hoofdligger relatief ver naar voren gepositioneert is en het vleugelprofiel slank is. De kans op vervorming tijdens het vliegen, maar ook gedurende de opslag in je bouwhok neemt af door toepassing van capstrips.
De achterlijst wordt massief, maar wel aangepast. Dat zie je verderop.
Stoorklep Nu is de stoorklep aan de beurt. Ik wil een flinke klep die 90 graden omlaag kan draaien. Mijn verwachting is dat je met een omlaag draaiende stoorklep aan de onderzijde ten opzichte van een stoorklepje aan de bovenzijde van de vleugel beter in staat moet zijn om de snelheid van het model te "regelen".
Zoals ik nu uitkom is de stoorklep 210 mm lang en 40 mm breed. Dit is nog even een schets:
Op zich bevalt de constructie van de stoorklep in de SaBuRES versie 1 mij wel. Ook met Abreisgewebe als scharnier. De constructie bestaat uit 0,6 mm vliegtuigtriplex met 2,5 mm balsa verlijmd. Nog mooier is 2x 0,4 mm aan beide zijden met wat vulbalsa ertussen. De vraag is hoeveel ruimte er is voor de stoorklep. Daarvoor is een doorsnede van de vleugel nodig.
De belangrijke maten even in de afbeelding toegevoegd. 50 mm is een eis uit het reglement. De maat 3,37 mm is een indicatie hoeveel rib er overblijft. Dat is niet heel veel. Hier volstaat een rib van 1,5 mm uit balsa mogelijk niet. Aan de andere kant: Hoe dunner de stoorklep hoe steviger de rib kan worden. De stoorklep is nu getekend voor 2x 0,4 mm vliegtuigtriplex met 2,5 mm balsa ertussen. Ik denk dat dat te sterk is, zelfs met gaten om gewicht te besparen. Wellicht is 1,5 mm vulbalsa genoeg. De stoorklep kan natuurlijk verder richting de hoofdligger verplaatst worden om meer rib over te houden, maar ik wil juist dat de stoorklep zoveel mogelijk op een flap gaat lijken.
Wat ook meespeelt in de afweging is de positie van de stoorklepservo. Met een aansturing in het midden van de stoorklep (positie 1, zie afbeelding hieronder) is er minder kans op torderen / vervormen van de stoorklep als de belasting wat hoger wordt zoals bij aanduiken. In het midden van de klep aansturen is een ideale aansturing en kun je de stoorklep licht uitvoeren.
De servo dicht bij de romp (3) is gunstig uit het oogpunt van massatraagheid om de lengte-as van het model.
De servo vóór de hoofdligger is gunstig voor het zwaartepunt. Het verschil lijkt klein, maar sinds ik beschik over een digitale zwaartepuntweger heb ik inzichtelijk hoeveel het zwaartepunt verschuift bij kleine wijzigingen. Dat kan maar zo 2 mm zijn door een hoogtelogger van 5 gram in de neus van de romp mee te nemen bijvoorbeeld.
Voor de stoorklepservo's ga ik uit van Chaservo's HV06H. Deze servo's wegen 6 gram per stuk, zijn 6 mm dik, sterk en snel. 6 gram is heel weinig, maar dan hebben we het wel over 2x 6 gram wat ca. 50 mm naar voren verplaatst. Hierdoor is minder lood in de neus van het model nodig, of het is mogelijk een langere staartboom aan te houden bijvoorbeeld.
Omdat ik geen gelegenheid onbenut laat om te spelen met de zwaartepuntweger hier de proef op de som. Had ik ook kunnen berekenen, maar dit is leuker. In de afbeelding hieronder heb ik de SaBuRES V1 verzwaard met 2 Chaservo's. Ongeveer dan. Ik mis 1 gram. Zwaartepunt ligt nu op precies 70,0 mm.
Dan met de servo's vóór de hoofdligger.
Hier is het zwaartepunt 68,6 mm. M.a.w. het zwaartepunt verschuift 1,5 mm door de servo's vóór de hoofdligger te plaatsen. En als je dan toch op elke gram gaat letten: Er is minder servosnoer nodig door de servo's dicht bij de romp en zo ver mogelijk naar voren te plaasten. Dit is een gewichtsbesparing die de constructie niet beïnvloed, dus hoe makkelijk wil je het hebben.
Het nadeel van een servo vóór de hoofdligger is dat het stangetje door de hoofdligger heen moet. Dat is een verzwakking. Op een kwetsbare plek.
Vleugel Eens zien hoe lang de messing bus rond 5 mm x rond 4 mm voor de vleugelpen wordt of kan worden. Ik wil persé een rechte vleugelpen toepassen zodat ik de vleugelpen uit de romp kan halen voor transport en opslag. Hieronder de maximale lengte getekend die haalbaar is tussen de 2 vuren latjes en de V-stelling van 8 graden (2x4).
75 - 80 mm lang wil ik de messingbussen in de vleugelhelft wel maken. Dat houdt dan in dat servopositie 4 hierboven niet haalbaar is. Het beetje winst door de servo's vóór de hoofdligger te plaatsen is me wel wat waard. Ik kies daarom voor een compromis en ga voor positie 5. Die positie staat hieronder.
Hoe ziet dat er dan uit? Het stangetje van servo naar stoorklep maak ik van 2 mm draadeind met aan beide zijden een kwiklink. En vergeet vooral de M2 borgmoertjes niet, want dat heeft me al eens een model gekost. Dat ging toen om een hoogteroer overigens. Bovendien kun je zonder M2 borgmoertjes last krijgen speling. Niet eens speling op het schroefdraad in lengterichting (axiaal), maar door knikken van de draad in de twee kwiklinks. Kwiklinks hebben onnauwkeurig M2 schroefdraad dat je goed merkt als je het M2 draadeind niet in de hele kwiklink schroeft.
In dit derde vak vanaf de wortel waarin de servo komt bestaat het materiaal tussen de vuren latjes van de hoofdligger nog uit vliegtuigtriplex. Ik durf daar wel een sleufje van 3 x 10 mm in te maken.
Ribben De ribben worden 1,5 mm dik. En maak ik volgens de oude vertrouwde methode, zoals hier bij de Pronto.
Het vleugelprofiel en het verloop hou ik gelijk aan de SaBuRES versie 1. D.w.z. een verloop van AG38 naar AG37 naar AG36 om bij AG35 te eindigen. Bij versie 1 heb ik de fout gemaakt om de ribben in praktijk net zo'n dunne achterlijst te geven als op tekening. In de praktijk werkt dat niet en heb je maar zo een achterlijst van 0,5 - 1 mm dik. Dit houdt in dat de koorde kleiner wordt. Dat kan zo 3 - 5 mm zijn.
De neuslijst maak ik van 8 mm dik balsa. De latjes voor de hoofdligger elk 5 x 3 mm vuren.
Tussen de vuren latjes van de ligger uiteraard vliegtuigtriplex en verder naar de tip balsa om er een ligger van te maken. De eerste 3 of 4 vakken met vliegtuigtriplex tussen en tegen het vuren om de vuren latjes bij elkaar te houden. Een hoofdligger functioneert alleen maar als alle delen van de ligger bij elkaar blijven.
De volgende vakken tussen de ribben afbouwen naar balsa. Waarschijnlijk stap ik halverwege het 2e paneel met een lengte van 330 mm al over op balsa i.p.v. de vuren latjes vanwege het gewicht en sterkte die daar niet meer nodig is.
Romp Aan de romp maak ik een "aanvorming van 10 mm dik zodat ik de vleugel aan de boven- en onderzijde met tape aerodynamisch tegen de romp kan bevestigen. Hier een voorbeeld van wat ik bedoel met aanvorming:
Ik begin met de apparatuur waar ik een romp omheen ontwerp. De accu, servo's en ontvanger worden in versie 2 allemaal anders dan in versie 1. In versie 1 als accu 4 stuks Eneloop 800 mAh met een totaalgewicht van 48 gram. Als servo's 2x de Graupner DES261 met een gewicht per stuk van 9 gram. Dit zijn overigens slechte en slappe servo's. Als ontvanger zit in versie 1 een Jeti REX3 met een gewicht van 8 gram. De driekanaals ontvanger kon in versie 1 toegepast worden, omdat slechts één servo de stoorkleppen bediende.
In versie 2 komt in de romp als accu een FliteZone 800 mAh 2S pakket met een gewicht van 41 gram. 7 gram lichter dan het pakket in versie 1.
Als servo's 2x Chaservo HV06 met een gewicht van 6 gram per stuk. Dat is 2x 3 gram minder dan in versie 1. Ik was en ben zeer onder de indruk van deze servo's. Je leest 19 x 19 x 6 mm, maar staat er iet bij stil dat dit dus heeeeel erg klein is. Tenminste ik niet. Ik heb geprobeerd een foto te maken waaruit je kunt opmaken dat het echt een hele kleine servo is. Vergelijk hieronder eens met de stekker!
Hieronder een ouderwetse standaardservo naast de Chaservo HV06. Ik ben onder de indruk.
Ook fijn dat de specificaties kloppen. Ik had het zelfs netjes gevonden als ze het servosnoertje niet hadden meegerekend. Maar dat hebben ze wel.
Hieronder 4 servo's, waarvan eentje voorzien van een servohevel om de speling te kunnen beoordelen. Eerlijk is eerlijk, er zit meer speling op de servohevel dan bij de KST en MKS servo's die ik heb. Denk aan een kleine 1 mm op 15 mm vanaf center servohevel. Ik gebruik zelf zo kort mogelijke hevels. Vanwege speling en sterkte van de servo. Op de roertjes dan weer zo lang mogelijke hevels. Om dezelfde reden. Ik schat in dat ik tussen 8 en 10 mm servohevel ga gebruiken. Dan komt de speling op 0,5 - 0,7 mm en dat is voor de toepassing in de SaBuRES-V2 toereikend.
Ik heb gelezen dat deze servo's HV06 tegenwoordig ook toegepast worden in V-staarten. Daar kon ik me geen voorstelling bij maken tot dat ik deze servo zelf in handen had. De speling voor een V-staart kan net. Voor gewichtsbesparing hoef je volgens mij geen servo's in de staart in te bouwen, want je zit toch met een lang servosnoer. Je hebt alleen geen onhandige stuurstangen meer of gepiel met de positie van de servo's zoals ik hier had. Nog een voordeel is dat een servosnoer niet breekt als je romp bij een lompe landing breekt. Dit in tegenstelling tot stuurstangen. Maar dat is voor een ontwerper een slecht uitgangspunt.
Nog even een irrelevante, maar leuke foto.
Als ontvanger een Jeti R5L met een gewicht van 5 gram wat 3 gram minder is dan de ontvanger in versie 1.
Totale gewicht van de apparatuur voor de SaBuRES V2. 1x 2S Lipo, 4x HV06 en 1x R5L.
De uitdaging is nu om een romp te ontwerpen waar geen trimlood in hoeft. In totaal weegt de apparatuur in de romp van versie 2 ca. 16 gram minder dan in versie 1. Helaas bevindt alle apparatuur zich niet op één plek, maar is het verdeeld in de rompneus wat het kracht x arm spelletje om het zwaartepunt moeilijk maakt. In versie 1 heb ik ongeveer 7 gram trimlood toe moeten voegen, omdat het AG profiel niet gediend is van een achterliggend zwaartepunt.
Ik verwacht weinig gewichtsreductie in de romp zelf. De aansluiting van het stabilo tegen de staartboom zal ik lichter maken door het stabilo "gewoon" vast te lijmen en niet meer demontabel te maken. Voor zowel de vleugel als de staart geen bevestigingsmiddelen meer. Een vast stabilo zit me tijdens opslag en vervoer niet in de weg. Verder valt in de staart niet veel te winnen. Er valt nog wel wat te winnen in de staartboomlengte en stuurstangdiameter. Ik heb de indruk dat een langere staartboom op grotere hoogte prima is, maar dat het op lagere hoogte het gooi- en smijtwerk in thermiek wat tegenhoudt. Minder wendbaar dus. Of te stabiel met een langere staartboom. Daar moet een keuze gemaakt worden. Ik haal er 10 mm t.o.v. versie 1 af.
Als basis heb ik de romp van versie 1 genomen. Eerst maar eens zien hoe de apparatuur daar in uitkomt, want de rompvorm bevalt me wel. Is gewoon mooi. De wortelkoorde van de vleugel is vergroot van 180 mm naar 210 mm. Ik heb dat gelijkmatig verdeeld, dus beide kanten 15 mm extra.
Dit deel van de romp maak ik van 2x 1,5 mm balsa. Met de nerf haaks op elkaar.
De staartboom heeft een oorspronkelijke lengte van 800 mm en verloopt van 12 mm naar 9 mm. Na enkele lompe landingen vertoont de staartboom van versie 1 geen enkele beschadiging. Voor versie 1 heb ik 9 mm aangehouden bij de staart en heb ik het koolstof aan de zijde van 12 mm ingekort met 145 mm naar 655 mm.
Het wordt krap tussen de stuurstangen en de starthaak. De stuurstangen moeten vanzelfsprekend de koolstof buis in.
Bij versie 1 was de positie van de starthaak tijdens het ontwerp voor mij een groot raadsel. Inmiddels heb ik aldoende een prettige positie gevonden. 7 graden vóór het zwaartepunt dat op 38,5% ligt. Dat is 70 mm op een wortelkoorde van 180 mm. In geval van versie 2 is 38,5% van 210 mm gelijk aan 81 mm vanaf neuslijst.
Het zou handig zijn als ik een starthaak kan bedenken die verstelbaar is door te schuiven en die aan de binnenkant van de romp de stuurstangen niet in de weg zit. Ik denk aan een hardhouten plaatje dat ik met 1 of 2 boutjes M3 vastschroef. Op de plek waar de lijn van 7 graden uitkomt komt een sleufje van 10 mm zodat ik de starthaak 5 mm naar voren en 5 mm naar achter kan verschuiven indien gewenst. Zoiets als dit van Zeller:
Ik heb hier al eens getest met verschillende starthaakposities. Ik wil die test graag nog eens herhalen, maar dan wil ik even alleen op het veld zijn en achter elkaar door kunnen zonder te hoeven wachten op starts, vluchten en landingen van anderen.
Met versie 1 van de SaBuRES heb ik de haak verder naar achter gehad dan waar ik nu mee vlieg. Ik had verwacht dat een te achterlijke starthaakpositie zo leiden tot vervelend uitbreekgedrag direct na de worp, maar dat werkt anders. Zolang er genoeg spanning op de startlijn staat gaat het wel goed en breekt het model niet uit. Pas in het tweede deel van de start begint het model te bokken wat dan leidt tot loskoppelen voordat je de jump kunt maken. Er is dus een optimum en daar kom je alleen achter door te testen en hoogte te meten. Het is goed denkbaar dat de positie van de starthaak met verschillende omstandigheden anders is.
Hieronder de apparatuur ingetekend. Dat past goed. Ik heb inmiddels geleerd dat je voor de werkelijke situatie meer ruimte nodig hebt i.v.m. snoertjes enz. Daarom vrij ruim ingetekend.
De ronde staartboom is op de halve hoogte natuurlijk het breedst. Dat is mijn uitgangspunt voor de stuurstangen die dan langs of over een uitstekende staarthaak kunnen. Dat is bepalend voor de positie van de servo's.
De romp van versie 2 wordt meer rechthoekig dan de ronde romp van versie 1. Om de bovenkant, onderkant en zijkanten van de romp met elkaar te verbinden pas ik driehoeklatjes toe. Deze latjes zijn 6 mm x 6 mm driehoek en kan ik een beetje in een radius schuren.
Driehoek balsa kun je kant-en-klaar aanschaffen, maar dat is altijd zwaar balsa, net als achterlijsten. Ik heb daarom besloten de driehoeklatjes zelf te maken. Ik start met een Kavan lattensnijder en een plankje van 6 mm.
Dan frees ik met een bovenfrees een V-groef op de juiste hoogte (6 gedeeld door wortel 2 in dit geval) in een balk. Dan kan ik een vierkant latje van 6 mm x 6 mm naar een driehoeklatje schaven en daarna schuren gelijk aan de bovenkant van de balk.
In geel hieronder de driehoeklatjes ingetekend. Ook het kapje in groen ingetekend. Dit kapje zaag ik er met een figuurzaag uit zodra de romp helemaal klaar en geschuurd is. Ik wil de ontvangeraccu kunnen verwisselen op het veld. Daar ben ik met versie 1 (ook 800 mAh) tegenaan gelopen. Ik moest toen stoppen omdat het voltage laag werd. "Low-voltage-meldingen" bij bedienen van de stoorklepservo. Het kapje kan sluiten met kleine magneetjes of met plakband. Dat komt later wel. Is afhankelijk van het zwaartepunt.
De driehoeklatjes worden ter hoogte van de koolstofstaartboom door de staartboom en een omwikkeld schuurpapiertje geschuurd zodat de juiste radius ontstaat en de overgang van vliegtuigtriplex naar koolstof zo mooi mogelijk wordt.
Het is handig om op de plek waar je het model vastpakt tijdens een worp aan de startlijn een schotje te plaatsen, of zoals hier een servoplankje. Dan kun je de romp niet inknijpen of vervormen.
Na passen en meten kwam ik niet uit met de servohevels. De servo's moeten "ongelijkvloers". Geen probleem. Dat kan ook.
Stabilo Ik heb op het stabilo van versie 1 weinig aan te merken. Het stabilo mag van mij 10 mm naar voren verplaatst worden en het hoogteroer 10 mm breder (in koorde). Dus contour gelijk, maar roer breder wordt zo:
Ik wil het stabilo, maar ook het kielvlak / richtingroer niet meer uit vlak 4 mm balsa maken. Dat kan aerodynamisch veel mooier door een symmetrisch profiel toe te passen. Ik heb dat eerder gedaan, maar dat vereist voor het bouwen of een "bouwbed" of uitstekels onder de ribben die je later weer wegschuurd. Ik heb de volgende zin in het reglement een paar keer gelezen, maar erg duidelijk vind ik het niet:
Not allowed is the use of: Positive or negative moulds for construction of the fuselage or wings or the surface treatment. Hoe dan ook, ik lees niks over stabilo / kielvlak / richtingroer (tail) en dat komt mooi uit, want dan kan ik daar een "bouwbedje" uit piepschuim voor snijden. Zoals hier bij de bouw van de Raket.
Op deze site: http://airfoiltools.com/plotter/index kun je profielen downloaden. Ik heb bijvoorbeeld gekozen voor het "good old" NACA0006 symmetrisch profiel voor stabilo, kielvlak / richtingroer.
Om niet teveel in dit topic te ruizen heb ik hier op verzoek een verMAVOriseerde Jip en Janneke uitleg voor het maken van ribben. Ik heb beschreven hoe je individuele ribben kunt ontwerpen en verkrijgen voor een vleugel of stabilo waarbij je te maken hebt met een verloop van koorde en profiel. Voor het stabilo van versie 2 niet van toepassing, maar ik moest er weer even aan denken.
De helft van het stabilo van de SaBuRES versie 2 verloopt van 106 mm naar 80 mm over een lengte van 160 mm. Daarna volgt een tipboog.
Het kielvlak met richtingroer Het ontwerpen van versie 2 gaat alles bij elkaar veel sneller dan voor versie 1. Ik heb met versie 1 een mooie basis en ik weet precies wat ik anders wil. Dat geldt ook voor het kielvlak met richtingroer. Mag iets minder hoog en iets breder in koorde.
Groen is versie 1 en wit is versie 2. Versie 1 dus uit 4 mm vlak balsa. Versie 2 krijgt een NACA006 doorsnede, zoals het er nu naar uitziet. Ik verwacht met deze nieuwe contour en een mooi symmetrisch profiel een betere werking van het richtingroer. Het richtingroer van versie 1 is niet slecht, maar ik wil gooi en smijtwerk op lage hoogte om het model ook te kunnen handlaunchen. Dat vond ik iets tegenvallen bij versie 1.
Details ga ik later nog wel beter uitwerken. Mijn docenten werktuigbouwkundigtekenen zullen ongetwijfeld kromme tenen krijgen als ze deze tekening zien. Het gaat mij er om dat er genoeg informatie op staat om de SaBuRES V2 te kunnen maken. Er hebben nu 2 projecten een hogere prioriteit. De Vicomte en een Lipo verwarmingskoffer.
Bouw versie 2
Januari 2026 Start van de bouw. Ik ben begonnen met het richtingroer. Daarvoor heb ik eerst een "bouwbed" uit piepschuim gesneden. Dit in verband met het symmetrische NACA profiel. Meteen het "bouwbed" van het stabilo meegenomen. Piepschuim is op een multiplex plaatje gelijmd.
De ribben heb ik individueel gemaakt. Best een monnikenklusje.
Viel uiteindelijk wel weer mee. Ik moet straks wel een positief verschil ten opzichte van een vlak profiel vaststellen tijdens het vliegen. Anders loont het de moeite niet. Technisch natuurlijk wel mooi.
Het kielvlak met richtingroer wegen nu 6 gram. Daar komt nog folie en een heveltje bij.
De drievoudig geknikte bouwplank voor de vleugel die ik gebruikt heb voor versie 1 bleek na inspectie te krom getrokken om een vleugel op te bouwen. Het is ook een afrader om een bouwbed van MDF te maken. Dat kan alleen maar kromtrekken. OK, was ook alweer 9 jaar oud.
Nu heb ik een nieuw bed gemaakt. Van multiplex. Met vlakke onderkant zodat ook op de werkbank gebouwd kan worden in plaats van schragen.
Een geknikte vleugel kun je prima op een vlakke bouwplank bouwen. In dit geval maak je dan drie delen die je later onder een hoek aan elkaar lijmt. Ik vind dit handiger en mooier.
Hieronder ook goed de "hapjes" uit de achterlijst te zien. Het "weghappen" kostte me bijna 2 uur figuurzagen, maar dat heb ik over voor 15 gram winst. Ja, ik heb alle hapjes op de weegschaalgelegd. Je zou kunnen denken dat het handiger is om gewoon 10 mm van de achterlijst weg te snijden, maar dan blijft er een lage achterlijst over. Hier moet je dan de capstrips en een stukje rib tegenaan lijmen. Het is sterker om een goede verbinding te hebben. Zo trekt je achterlijst ook niet omhoog of omlaag tijdens het bespannen met folie.
Waar je niet aan ontkomt met de AG profielen is een oplopende onderzijde. Ik heb dit uitgevuld met balsa strips zodat de indekking mooi aansluit op de ribben.
Februari 2026 Tijd voor de stoorkleppen. 2x 0,4 mm vliegtuigtriplex, 1x 2,5 mm balsa en een strookje abreisgewebe als scharnierband. Eerst met dubbelzijdige tape op elkaar geplakt. Daarover de bouwtekening. Toen zo netjes mogelijk met de figuurzaag uitgezaagd, maar nog net niet helemaal door zodat er niks aan de wandel kan gaan.
Daarna met epoxy de delen gelijmd. Tussen 2 planken met 4 lijmklemmen geperst. Het viel nog niet mee om de 3 delen precies op elkaar te krijgen. Ik heb dat met 2 mesjes in de hoeken van de zaagsnede wel goed voor elkaar gekregen.
Na uitharden een kleine tegenvaller. De klepjes konden beiden maar een hoek van ca. 45 graden maken in plaats van de vereiste 90 graden. De dunne zaagsnede van de figuurzaag zorgt voor een maximale uitslag van ca. 45 graden. Onder het 0,4 mm vliegtuigtriplex zit het abrfeisgewebe. Ik dacht dat de zaagsnede gecombineerd met slechts 0,4 mm vliegtuigtriplex wel genoeg ruimte zou bieden voor een royale slag. Dat viel dus tegen. Maar hoe maak je die zaagsnede achteraf breder? Ik blijk daar een mooi tooltje voor te hebben in mijn Dremelset. Dat wist ik niet. Ik wens iedere modelbouwer een Dremel toe.
Op de foto hieronder een mooie kaarsrechte scharnierlijn. Je moet wel even wat proefsleufjes maken in afvalhout. Het is niet de bedoeling dat je door het abreisgewebe freest.
Zo is meer dan genoeg uitslag mogelijk en hoeft de servo ook niet hard te werken.
En hier ingebouwd. Vergeten de stoorklepjes te wegen. Het balsa is 2,5 mm dik. Ik denk dat 1,5 mm ook wel had gekund, maar daar zit het gewicht niet in. Met 1,5 mm blijft er wel iets meer materiaal voor de ribben over waar dus 1 mm meer ruimte voor is. Een les voor de volgende keer.
Stapeltjes vierkante ribben. Dit ga ik achteraf gezien niet nog eens zo doen. Het is leuk werk en best snel gedaan, maar de nauwkeurigheid is nooit zo goed als laten frezen. Over het gewicht van het balsa was ik niet zo tevreden. Ik had bij de bestelling bij Höllein wel aangegeven dat ik licht balsa wilde hebben. Dat is niet helemaal gelukt. Ik heb nog bij andere shops gekeken, maar Heerdegen is met pensioen en op de website van Balsabar kan ik het gewenste gewicht of "licht-middel-zwaar" niet aangeven. Volgende keer meer werk van maken, want ik denk dat per vleugelhelft wel ca. 15 gram te besparen was geweest. Dan reken ik de D-box indekking ook mee.
Alles zelf maken blijft wel mooi werk.
De ribben ter hoogte van de stoorkleppen moest ik individueel aanpassen. Dat viel alleszins mee. Ik heb nog overwogen om de stoorklep iets meer ruimte te geven zodat ze in de "neutraalstand" niet tegen de ribben aanliggen. Maar dat is iets dat later ook altijd nog kan als dat nodig blijkt te zijn om een protesterende servo te voorkomen.
Het is eventueel nog mogelijk om met een verstelbaar aanslagje te werken zoals ik dat bij versie 1 gedaan heb. Dat was dan ook in combinatie met kleine ronde magneetjes. Ook dat kan hier nog steeds, maar ik hoop dat het niet nodig is.
2e helft februari 2026 Het voordeel van bouwen op deze wijze is een perfecte uitlijning van de vleugelverbinding. Ook leuk dat de maten op de CAD-tekening ook in werkelijk uit blijken te komen. Dat is ook weleens anders. Meestal omdat in CAD bijvoorbeeld 3 mm ook 3 mm is, maar het materiaal in werkelijkheid een tolerantie blijkt te hebben van maar zo enkele tienden van een millimeter. Of beter gezegd: 5 - 10 %.
Beetje passen en meten.
Ik had gehoopt dat er mooie servoframepjes beschikbaar zouden zijn voor de Cha servo's, maar dat is niet het geval. 3D printen is geen optie, omdat dit reglementair niet is toegestaan. De foto hieronder zou vragen op kunnen roepen als: Waarom gebruik je die standaard servo bevestiging niet?
Antwoord: De diameter van de gaatjes in de servo is 1,5 mm. De ruimte onder het "flapje" is 2,5 mm. Het "flapje" zelf is 1 mm dik. Er zitten schroefjes in het zakje bij de servo, maar ik ga een servo niet vastzetten met twee schroefjes van 1,5 x 3 mm.
Daarom onderstaande oplossing. Het vliegtuigtriplex is 5,5 mm dik (staat 5 mm op het etiket, maar daar ga je dus met toleranties) en de servo is 6 mm dik. Dat klemt dus prima vormvast met een klein plaatje eroverheen. De schroefjes lijken mega, maar dat zijn dus standaard servoschroefjes en een piepkleine servo.
Toen stelde ik onderscheid vast tussen de verschillende hevels in het zakje bij de Cha servo's. De rechter hevel hieronder kun je met een kwiklink niet gebruiken als de kwiklink in de buurt van de servo komt. Er is dan te weinig ruimte tussen de bovenkant van de servo en de kwiklink. Daarom had ik de linker hevel nodig. Daar kwam ik achter toen ik zo'n rechter heven mooi op maat had geschuurd.
Volgens mijn tekening had ik een afstand van 8 mm van hart servokop naar hart gat in de hevel. Helaas kwamen de bestaande gaten niet in de buurt van 8 mm, dus moest ik zelf een gat van 1,5 mm boren tussen het 2e en 3e gat. Dat ging prima.
Dan een bekende aanpassing. Een hapje uit de kwiklink om zoveel mogelijk servoslag te kunnen benutten. Je kunt dit voorkomen door een kogelkwiklink, zie verderop, toe te passen. Het nadeel daarvan is weer dat je de servohevel op torsie gaat belasten. Ik zat later nog te denken aan een RDS aansturing. Dat zou hier niet eens misstaan. Een klein rond gat door de hoofdligger spreekt me meer aan dan de ruimte die nu nodig is. Een haakse uitslag is trouwens wel een uitdaging met RDS.
Even de servo-uitslagen goed instellen nu het nog kan. Links en rechts hetzelfde, ook in de zender. Te zien is de kogelkwiklink op de hevel van de stoorklep. Ik heb hiervoor gekozen omdat de scharnierlijn parallel loopt aan de achterlijst en dus niet haaks staat op de ligger en de servo. De hevel op de stoorklep staat wel haaks op de hoofdligger en dus onder een hoek ten opzichte van de scharnierlijn, dus dat gaat een rare rotatie geven. Opgelost met een kogelkwiklink. Wel een verbeterpuntje voor de volgende keer.
Twee puntjes vind ik nu spannend. Ten eerste het gat in de hoofdligger voor de stuurstangetjes. Is dit wel sterk genoeg bij een windvlaag tijdens de start aan het elastiek. Ten tweede de vleugelverbinding die bestaat uit een 4 mm verenstalen pen die eigenlijk best dun op me overkomt. Mijn Amigo II heeft ook een 4 mm pen en ook een spanwijdte van 2 meter. Dat gaat niet verkeerd, maar dan rek ik de startlijn ook niet heel ver uit. Zou best goed kunnen gaan, we zullen zien.
Een 5 mm pen had de voorkeur, maar dat is onhandig met een hoofdligger van 5 mm breed. De messing bus waar de 5 mm pen in schuift heeft een buitendiameter van 6 mm. Met de methode zoals hieronder te zien is een mooi pakketje met een breedte van 5 mm samen te stellen die goed en vlak met epoxy te lijmen is.
Nu hopen dat de epoxy niet tussen de verenstalen pen en de bussen is gelopen.
Een dag later. De epoxy was dus wel tussen de pen en de messing bus gelopen. Met een griptang de pen een paar keer tijdens het uitharden verdraaid. Het voordeel van epoxy is dat het niet plakkerig blijft maar echt glashard wordt. Als de vleugelpen dan eenmaal weer gangbaar is blijft dat ook zo.
Veel spelden hieronder. Het doosje van de Hema was leeg. Voor deze hobby geen ideale spelden trouwens. De kopjes breken snel los. Maar ze doen hun werk. Ik heb de bovenindekking (D-Box) op de ribben gelijmd met 24 uurs epoxy. Dan kun je rustig aan doen. Met de huidige kamertemperatuur dan. Houtlijm droogt te snel en secondelijm helemaal natuurlijk.
Met een klein weggooi kwastje (penseeltje) kun je vrij precies de epoxy aanbrengen. De indekking laat zich achteraf wel goed lijmen aan de voorlijst met dunne secondelijm. Dat vloeit er mooi capillair tussen.
Dan gaat het ineens hard. Ik hou tijdens de bouw een lijstje bij met puntjes en ideeën voor de SaBuRES versie 3. De bouw van versie 3 staat nog niet in de planning overigens. Eén van de puntjes is de achterlijst waar ik toch niet tevreden over ben. Als je een verloop hebt in koorde, zoals hier van 210 mm bij de wortel naar 190 mm bij de eerste knik, heb je ook automatisch een verloop in de vorm van de achterlijst. Een standaard achterlijst is gewoon recht natuurlijk.
De nu gebruikte achterlijst heb ik geschuurd, maar de verkregen nauwkeurigheid valt me tegen. Dat zie je vooral als je de capstrips gaat lijmen en schuren. De volgende keer overweeg ik een samengestelde achterlijst, zoals toegepast bij de Pronto, zie afbeelding onder de afbeelding hieronder.
Ook deze samengestelde bouwwijze van de achterlijst heeft nadelen. Ik heb tijdens het ontwerp van versie 2 een tijd lang gedacht aan een samengestelde vliegtuigtriplex achterlijst, maar toen kreeg ik van andere bouwers te horen dat dit alle kanten op krom trekt. Iets om op te broeden voor versie 3. Misschien iets doen met stevig 1 mm balsa of Abachi.
Erg tevreden ben ik over de stoorkleppen. Los van de bouwplank direct aangesloten op de ontvanger en bediend met de zender. Hier een filmpje. Dat werkte in één keer feilloos. Geen enkele aanpassing nodig. Precies zoals ik uitgedacht had functioneert het. Ook leuk om eens mee te maken.
Hier nog even een eerder getoonde afbeelding. De servo moet met een hevellengte van 8 mm een slag maken van 120 graden. Hierbij moet de stuurstang / kwiklink niet botsen tegen het vuren van de hoofdligger. Dit laatste gaat nu net goed. Ik heb tijdens het ontwerp alleen een rood lijntje getrokken, maar het is voor de volgende keer beter om ook de kwiklink in te tekenen, want dat is eigenlijk best een lomp ding in zo'n kleine ruimte.
Tijd voor de voorlijst. Graag een beetje nauwkeurig werken.
Het schuren van een vleugelhelft met 2 knikken is een lastig klusje. Het is uiteindelijk goed gelukt.
Ik heb tijdens de bouw van de vleugel nog even getwijfeld aan het inbouwen van een ballastmogelijkheid. Ik denk dat deze vleugel te licht is om met veel wind de krachten tijdens de lijnstart te weerstaan. Dus in deze versie 2 komt geen ballast. Maar een overweging voor versie 3 is het wel. Ik heb altijd het standpunt gehad dat je een model voor weinig wind en een voor meer wind moet hebben. Met meer wind heb je een sterker model nodig en een sterker model is ook zwaarder.
Maar wat nu als je de ballast zou kunnen gebruiken als versteviging van het model? Denk bijvoorbeeld aan een extra vleugelpen. Ik zou zeggen dat 150 gram ballast niet verkeerd is voor een F3L model met een vliegklaar leeggewicht van 450 gram. De huidige vleugelpen van 4 mm x 200 mm weegt 19,5 gram. Een extra vleugelpen van 4 mm is goed te bouwen, maar dit zet wat gewicht betreft dus geen zoden aan de dijk. Voor 150 gram heb je een stalen pen nodig van rond 11 mm x 200 mm. Net als de 4 mm vleugelpen zou ik deze pen recht willen houden en dat past niet.
Zorgen voor morgen, maar dan zou ik misschien kiezen voor een extra 4 mm vleugelpen (weegt 20 gram met nog messingbussen mee te rekenen) en additioneel ballast dat per vleugelhelft geplaatst kan worden. Leuk thema, je model versterken met ballast. Mocht je een keer wakkerliggen.
Na het schuren van de voorlijsten links en rechts kon ik beginnen aan de tippen. Het is handig om daar een dikke plank balsa voor te gebruiken, maar die had ik niet. Wat ik wel had was een licht plankje van 8 mm. Dan maar 5x 8 mm.
Het gaat misschien om 1 of 2 gram, maar alles is winst. 5 ovale gaten in de tippen. Het kwetsbare puntje van de tippen geïmpregneerd met secondelijm en daarna geschuurd. Daar wordt het steviger van.
Kielvlak en richtingroer zijn al klaar. Nu het stabilo nog.
Het linker en rechter hoogteroer moeten met elkaar verbonden worden. De hevel voor de aansturing komt aan één van de twee. Ik had een koolstof buisje van rond 4 mm in gedachten, maar na doorlezen van het reglement betwijfel ik of koolstof hier is toegestaan.
Ik heb daarom gekozen voor een houten verbinding. Met de boormachine als draaibank had ik vrij snel ook een rond 4 mm verbinder.
Ongeschuurd op de weegschaal. Dat was even schrikken.
Na het schuren viel het gewicht weer mee. Of het NACA profiel 100% klopt durf ik niet te garanderen.
De gehele staart op de weegschaal. Dit gewicht van 13 gram is acceptabel voor mij. 1 gram in de staart besparen levert een totale besparing van ca. 4 gram op.
Maart 2026 De romp maak ik uit 2x 1,5 mm balsa. Eén keer de nerf in de lengterichting en één haaks daar op. Dat levert een rompwand op die vrij sterk is.
Eerst even de vleugelpen er doorheen zodat ik beide helften precies gelijk kan schuren.
Dan kunnen de driehoeklijsten gelijmd worden. Let op dat de romphelften iets kromtrekken door de gebogen driehoeklijstjes.
Apparatuur past makkelijk. Misschien iets te makkelijk.
Eerst met een vijl een beginnetje maken. Dan schuurpapier met plakband om de koolstof buis plakken en schuren. Dit gaat uitstekend.
Leuk klusje om de hoeken straks mooi af te ronden.
Toen kwam de vraag of er al iets gezegd kon worden over het zwaartepunt in deze bouwfase. Rekening houdend met gewicht dat er nog bij gaat komen ligt het zwaartepunt nu wel erg ver naar voren. Met andere woorden, er kan nog wel wat gewicht bij in de staart. Nu heb ik juist de staart zo licht mogelijk gebouwd, dus dat zou zonde zijn.
Maar twee vliegen in één klap want de oorspronkelijk bedachte afstand van achterlijst vleugel naar voorlijst stabilo is 480 mm. Dat is 10 mm minder dan versie 1. Of het nu komt door de grotere vleugelkoorde of de relatief kleine staart vergeleken met versie 1, het lijkt op het oog beter om de staartboom langer te houden. Met een lengte tussen achterkant vleugel en voorkant stabilo van 530 mm ziet het geheel er beter uit. Echt wetenschappelijk dit. 50 mm langer dan gepland dus.
Het hagelnieuwe bouwdoosmodel Apex heeft hier een afstand van 550 mm, dus ver uit de buurt van gangbaar zit ik dan ook niet.
Het kostte nog best wat moeite om een wokkel als romp te voorkomen, maar dat is gelukt. Alles recht, haaks en waterpas.
Over dit schotje heb ik lang gedaan. Ik had er ook geen tekening van dus moest ik de juiste vorm in het werk bepalen. Wat ik het liefst wil is de messing bus voor de vleugelpen met dit schotje verbinden met de starthaak. Dan wordt de romp verder niet zo belast tijdens een start.
Het nadeel is dat de stuurstangen de staartboom in moeten waardoor ze vlak langs de starthaak moeten lopen. Een reden om toch maar te kiezen voor een smal blokje waar de starthaak ingeschroefd moet worden in plaats van een verstelbare starthaak zoals eerder bedacht. Ik had het te lijmen oppervlak graag wat groter gezien, maar door de oranje buitenbuis te gebruiken voorkom ik epoxy in de buurt van de stuurstangen.
Het voordeel is dat ik door versie 1 weet dat de starthaak ongeveer 7 graden voor het zwaartepunt moet liggen. Ik kan nu vrij precies de verstevigingen aanbrengen. Dat scheelt gewicht.
Klaar om gelijmd te worden. Het is belangrijk dat de stuurstangen wrijvingloos schuiven. Een beetje speling hebben de Cha servo's wel. Niets is irritanter dan dat het roertje binnen het spelingsbereik in de neutraalstand door wrijving in de laatst gestuurde stand blijft staan. Een beetje speling is geen ramp bij een RES of F3L model, als het roertje maar vrij kan bewegen en niet tegengehouden wordt door wrijving.
Toen kon ik beginnen aan een klusje waar ik een beetje tegenop zag. De aanvorming, zoals ik dat maar noem, van de vleugel op de romp. Ik heb een malletje gemaakt van de wortelrib. De rest is fantasie. Deze fantasie kwam niet helemaal lekker uit om 2 redenen. Op de eerste plaats is de romp iets breder geworden dan gepland. Dit is gekomen omdat de rompwand of helften iets krom gebogen zijn als gevolg van het buigen van de driehoeklatjes. Deze kromming vond ik eigenlijk heel mooi. Veel mooier dan recht-toe-recht-aan zoals oorspronkelijk bedacht. Ik heb dit dus laten gaan.
Hield wel in dat de aanvorming smaller geworden is dan bedacht om de maximale spanwijdte van 2 meter niet in de weg te zitten. En wat ik oorsronkelijk had bedacht was gunstig voor de breedte van plakband. Het plakband dat ik tegenwoordig gebruik is transparante PVC tape. Dit rekt behoorlijk, dus ook dit komt wel goed.
Als tweede is de romp achter de vleugel eigenlijk te kort. Dat kun je goed zien op de volgende foto.
Ik wil liever een moooie overgang van hout naar koolstof staartboom. Hier valt nog wel iets te schuren. Dat doe ik als laatste. Maar een centimeter of 2 - 3 extra was mooier geweest. Heb ik genoteerd voor een volgende versie. Dit is dus typisch iets dat je over het hoofd kunt zien in een 2D tekening. Het is een 3D vorm die je aan de hand van een 2D tekening in je hoofd moet plotten.
Het cockpitkapje of toegangsluikje heb ik voorzien van twee magneetjes voor de sluiting. Het nagel-openmaak-principe heb ik afgekeken van de Maxa F3J.
Ruim genoeg voor het snel wisselen van de ontvangeraccu op het veld. Net als bij versie 1 ga ik er vanuit dat ik later niet meer bij de servo's hoef te zijn. Dit blijft dus het enige luikje.
Even een ander klusje; geen stof maken, maar bespannen van de vleugelhelften en staart. Ik heb ervoor gekozen om de boven- en onderkant per paneel uit één stuk folie te maken. Daar wordt het niet eenvoudiger van, maar een extra naad die los kan komen zag ik niet zitten. Dit stamt nog een beetje uit de tijd van het vliegen in de Soester Duinen. Het zand zorgde altijd voor loskomen van folie. Zal met gras wel meevallen.
Wat me opviel is dat de transparante beschermlaag van de folie aan de buitenkant zit. Bij mijn rol rode folie. Dat had ik nog nooit eerder gezien. Meestal zit de beschermlaag aan de lijmkant van de folie. Ik raakte hier een paar keer van in de war. Maar ik moet zeggen dat deze Oralight folie erg vergevingsgezind is.
Eens zien hoe dit uitpakt. Lijkt niet verkeerd. Was nog best een klus om de gebogen vorm van de romp te volgen. Vooral om het rechte vlak dat tegen de vleugel komt haaks om de vleugelpen te krijgen. Het is gelukt.
In geval van een bouwdip is het een aanrader om je model gewoon even een paar dagen in de weg te leggen.
Of jezelf aanmoedigen met de gewichten van de onderdelen.
Linker vleugelhelft.
Rechter vleugelhelft.
Niet aan te ontkomen met deze gekozen constructie. Dit is trouwens "gewoon" staal van Hollein. Bij mijn weten verkoopt Hollein geen verenstaal. Of ik heb niet goed gekeken. Voor het gewicht maakt het niet uit, maar ik heb op een later moment elders verenstaal aangeschaft. 4 mm rond gewoon staal buig je met de hand om. Dat lukt met verenstaal niet. Buigen is nog wel wat anders dan knikken. Omdat de vleugelpen in drie messing buisjes opgesloten zit is er geen sprake van buigen, maar knikken. Ik verwacht dat dit tijdens de start tot 3 Bft wel mee zal vallen. Voor meer wind heb ik versie 1.
De contrastekker kan ik mooi degelijk lijmen. Dit is in een mallenbouwromp altijd een onhandig klusje, omdat je er slecht bij kunt. Het is me al gebeurd dat ik de gelijmde stekker losdrukte in de romp vanwege een slechte lijmverbinding. De contrastekker schuift voor een deel in de vleugel vanwege de smalle romp. Aan de andere kant, voor de rechter vleugelhelft, zit namelijk ook zo'n zelfde contrastekker.
Ik heb helaas wat angst gekregen voor de montage van de vleugels tegen de romp. Ik had F3B-style in gedachten, dat wil zeggen alleen met tape vastmaken. De krachten werken niet in de lostrekrichting. Maar omdat de aanvorming wat smal geworden is, ik de romp ga lakken (waar tape ook niet lekker op hecht) en buiging tijdens de start (waardoor de tape losgetrokken wordt) ga ik toch een ouderwetse vleugelhelften-bevestiging maken. Met een tiewrap trek ik de helften dan tegen de aanvorming aan. Hier is dus een extra luikje in de romp voor nodig helaas.
Het probleem is dat ik geen voorziening in de vleugelhelften gemaakt heb om oogjes in te schroeven. Daar moet ik dus wat op bedenken. Als het maar licht is.
De oplossing heb ik gevonden in een gebogen stukje 1 mm verenstaal. Deze lijm ik tegen de hoofdligger aan. Ik zal daarbij met een injectiespuit (zonder naald) epoxy op de juiste plek moeten krijgen. Eens zien of dat lukt.
En dat ging eigenlijk best goed. Met de vleugel staand op de voorlijst de epoxy laten drogen. Ik krijg het U-tje zelf niet losgetrokken.
Hier moet dan een luikje komen om erbij te kunnen. Dat lijkt me geen probleem. Het overtollige stuk tiewrap knip ik natuurlijk af.
Tijd om naar het zwaartepunt te kijken. Dat de romp iets breder gworden is dan gepland heeft ook voordelen. De ontvanger past nu naast het 2S LiPo accupakket van 800 mAh. Daardoor kunnen de 2 servo's ook weer ca. 4 cm verder naar voren. Maar is het nodig?
Staart even met plakband vastgemaakt en koolstof stuurstangen van 1,2 mm ingevoerd voor een globale indruk van het zwaartepunt.
Het inbouwen van de ontvangerantennes in een kleine romp is nog best een uitdaging als je de 2 haaks op elkaar wil hebben en in de romp. De antennes van de R5L Jeti ontvangers zijn dan ook nog eens erg kort.
Na wat gerommel en geschuif van de apparatuur blijkt er nog 3,2 gram (sluitring M10 lag voor het grijpen) in de staart nodig te zijn voor een correct zwaartepunt. Ik ga niks veranderen, want ik vermoed dat de lijm en de roerheveltjes bij elkaar wel ongeveer uitkomen op deze 3 gram.
Hierbij is de ontvanger op de oorspronkelijk bedachte plek gekomen. Achter de ontvangeraccu. En daarachter de 2 servo's. Hierdoor kon ik het servosnoer van de 2 vleugelservo's inkorten wat ook weer 3 gram scheelt. Al dat gesprokkel van grammen levert onderaan de streep nog best wat op.
De voorste servo moet hoger bevestigd worden omdat de stuurstang over de achterste servo loopt. Daarna volgen in beide stangen nog wat knikjes om goed uit te komen op de koolstofstuurstangen. Ik wil dit zo soepel mogelijk hebben lopen.
Op zich heb ik altijd een voorkeur voor kwiklinks, maar als je dan toch op elke gram let kun je ook een Z-vorm buigen. Een kwiklink heeft als voordeel dat je eenvoudig de verbinding los kunt halen, maar dat is hier niet aan de orde. De servo's komen toch op een plek waar ik niet meer bij kan.
Zo moet het dan gaan worden. Het verenstaal 1 mm heb ik met de koolstof stuurstangen verbonden met garen. Daaroverheen 2 druppels dunne secondelijm en dan zit het als een huis.
Ik liep nog even tegen een gekkigheidje aan waarvoor ik de helpdesk in Alphen aan den Rijn nodig had. Ik kreeg geen beweging in uitgang 5 van de R5L Jeti ontvanger. De helpdesk wist me al gauw naar "Device explorer" te sturen. "Even een kijkje in de ontvanger nemen".
Op pin 5 geen servo. Geen wonder dat de servo niet beweegt.
We kwamen erachter dat je bij "serial link" Ex bus moet kiezen. Default staat dit (bij mij in ieder geval) op PPM.
En dan heb je plotseling wel een 5-kanaals ontvanger. Op dit soort momenten kijk ik met weemoed terug op het 35 en 40 mHz tijdperk. Geen opties, dus het werkte altijd. Maar ik zou zeker niet terug willen naar die tijd.
Nu kan de staart op de staartboom gelijmd worden. Ik had bedacht om aan beide zijden van het kielvlak een blokhaak neer te zetten. Met de vleugel mooi vlak uiteraard.
Ik kwam iets tegen waarmee ik zelfs de grootste positivo chagrijnig krijg. Ik ga op zoek naar een 3e blokhaak.
|